Als ik bepakt en bezakt rustig kilometers maak, komt er soms iemand een stukje met me opfietsen. Nieuwsgierig naar waar ik vandaan kom en waar ik heen ga. Mij biedt dat de gelegenheid prangende vragen te stellen, zoals of er ergens in de buurt een goede bakker zit. In Bonn verscheen een man naast me die zelf ook eens graag de Rijn af zou fietsen. Maar tussen droom en daad stond van alles. Hij wist wel te vertellen dat onder Koblenz het landschap prachtig werd. Alleen woei daar door het Rijndal altijd een harde wind. Ik hoopte maar dat ik die dan in de rug zou hebben. De man had niet overdreven: van een Duitse vlag bij de Loreley was door het eindeloze waaien weinig meer over dan een wapperend vod. Maar hoera: de wind had ik mee.