Ik had gisteren m’n tent opgeslagen op een veld langs de Aare. Mooie omgeving, vanuit de vallei kijk je op de Jura: hoge, groene hellingen met witte huisjes ertegenaan geplakt en hier en daar een kerk. Maar de stilte in me opnemen lukte niet doordat er steeds een soort getik klonk dat het midden hield tussen het klepperen van een kunstgebit en het kloppen van een specht. Bleek ik te zitten naast een Storchendorf, een van de leefgebieden die zijn inricht voor ooievaars in Europa opdat zij zonder verder bemoeienis hun populatie kunnen uitbreiden.