Fietsers die ik tegenkwam verzekerden me telkens dat voorbij Mouzon de route zou overgaan in een vrijliggend fietspad dat de oever van de Maas volgt. Ik kon hun vertellen dat er autowegen in het verschiet lagen met stevige klimmetjes. Blijmoedig gingen we dan weer ons’ weegs.

Ze hadden gelijk! Ik kwam op een fijn glad fietspad van vele tientallen kilometers pal langs de Maas. Vanaf dit fietspad zijn de hellingen langs het water prachtig. Ik fietste af en toe onder een brug door, passeerde pittoreske stadjes als Monthermé, Fumay en Givet, en kwam door een oude spoortunnel.

Wel zitten er veel vissers langs de Maas waardoor ik moet oppassen geen haak in m’n gezicht te krijgen. Dat ze op vissen jagen is één ding maar liever word ik géén slachtoffer van hun jachtinstinct. Het verbaast me trouwens, gezien de hoeveelheid vis die ik binnengehengeld zie worden, dat er de toute façon nog vis in de Maas zwemt.

Op de kaart gezien stroomt de Maas via een uitstulping van Frankrijk het land uit, dus door een streek die aan drie zijden aan België grenst. Een ideale locatie voor een kerncentrale, zullen de Fransen gedacht hebben. Die centrale staat er dan ook, in een bocht van de rivier bij Chooz. Hij wordt afgeschermd met verbodsborden en prikkeldraad, wat mij het prettige idee geeft dat de Fransen er alles aan doen om de veiligheid te waarborgen.

Aan de Belgische zijde van de grens geeft men zich intussen onbekommerd over aan recreatie.

Op de rivier varen de rondvaartboten af en aan, met daar tussendoor snelle speedboten en waterskiërs. Tegen de rotswanden klimmen alpinisten. Dinant lijkt wel Zandvoort aan de Maas, met in de straten auto’s en motoren, en flanerende dagjesmensen op de kade.
