Bij mijn vertrek uit Belfort hing er onweer in de lucht. Hoog bollende witte wolken staken af tegen de blauwe hemel. Op de fiets was het snikheet en het zweet liep over m’n handen en onderarmen. Veel drinkend, fietste ik van waterkraan naar waterkraan, dat wilde zeggen van kerkhof naar kerkhof. Daar zijn steevast tappunten voor mensen die komen om de bloemen op het graf van geliefden te verzorgen. Intussen werd de lucht grijzer en bijna zwart. Er schoten bliksemschichten doorheen en je hoorde in de verte de donder. Soms dreigde het onweerde mij in te halen totdat aan het einde van de dag ze helemaal waren verdwenen. Juist toen ik een camping naderde, een camping naturiste.
