In Driebergen-Zeist stapte ik over op de sprinter naar Rhenen. In de trein werd ik door de conducteur begroet. Natuurlijk groette ik terug maar misschien een beetje binnensmonds, want de conducteur zei daarna nóg eens goedemorgen.

We rijden langs Maarsbergen. Daar schiet me een herinnering uit 1896 te binnen in een verhaal van Nescio:
In den nacht staan we stil op de rails. Het raampje is open, wij hooren ’t gelal uit dde andere wagens. Een man zit bij het portier. ‘Waar zijn we?’ Hij rijst op om zijn kop uit het raampje te steken en praat naar binnen: ‘Maarsbergen.’. Klap op z’n derrière. Waarom berg je ’m dan niet op? Pleziertrein.
Een paar kilometer verderop takt de spoorlijn naar Rhenen af van de hoofdverbinding Utrecht-Arnhem. Ik had deze trein nog nooit eerder genomen: voor het eerst van mijn leven reed ik langs Veenendaal West en Veenendaal Centrum. Dat alleen al maakte deze gratis treinreis de moeite waard.
Voorbij Veenendaal begint het groene landschap te glooien: de trein heeft de Gelderse Vallei verlaten en rijdt over de Utrechtse Heuvelrug.

De kerktoren in Rhenen is een echte blikvanger. Je wordt er naartoe gezogen. De toren hoort bij de protestantse Cunerakerk. Bij de ingang staat een groot bord dat alle bezoekers welkom heet en uitnodigt om de schoonheid, rust en vrede van de kerk te ervaren. Binnen staan medewerkers klaar om meer te vertellen. Ik wilde weten of de kerk – zo dicht bij de Grebbeberg – de oorlog ongeschonden had doorstaan. Dat had zij niet. De kerk was aan het begin van de oorlog zwaar beschadigd geraakt, werd tijdens de bezetting goeddeels herbouwd maar had vlak voor de bevrijding opnieuw de volle laag gekregen.
Inmiddels is de kerk volledig gerestaureerd. Ik werd door de medewerkers gewezen op de twee orgels en de fraaie ornamenten. Elke zondag worden er in de Cunerakerk vier kerkdiensten gehouden door vier verschillenden gemeentes.


Bij de plaatselijke supermarkt kocht ik een halve liter griesmeelpap. Die wilde ik opeten aan de oever van de laagstaande Rijn, maar het enige bankje daar was bezet en stond bovendien in de felle zon.
Gelukkig kun je ook wat hogerop zitten in de schaduw van de stadswal. Ook daar heb je een mooi uitzicht over de omgeving van Rhenen.